Hoe biobedding duidelijk terrein wint in Eriks ligboxenstal
Eind september: de maïs gaat in de bult. Op het melkveebedrijf van de familie Arts in Ell (Limburg) is daardoor veel bedrijvigheid. Een loonwerker met ladewagen rijdt de nieuwe oogst naar huis en kiept het in de sleufsilo. Daar zit een van zijn collega’s klaar op de shovel om het voer voor de koeien aan te drukken. Melkveehouder Erik kijkt op gepaste afstand tevreden en met zeer veel belangstelling naar het werk van de mannen.

“Akkerbouw heeft mij ook altijd aangesproken”, zo verklaart de 32-jarige koeienboer zijn interesse. Naast het gedeelde maatschap met zijn vader werkt hij nog twee à drie dagen per week buiten de deur. Natuurlijk, bij een akkerbouwer in de buurt. Hoe lang dat nog zo blijft, dat is voor Erik straks de vraag. Met het plan om thuis het bedrijf op termijn over te nemen, weet hij niet wat daarnaast nog mogelijk is.

Van gemengde veehouderij naar een focusbedrijf
Op melkveebedrijf ‘Agro Arts’, zoals de officiële naam luidt, worden 130 koeien en zo’n 70 stuks jongvee gehouden. Tot kort na de eeuwwisseling hield het bij een productieve veestapel van vijftig wel op. De familie boerde op een andere plek, amper 2,5 kilometer verderop. “Daar hadden we eerder ook nog varkens, maar we wilden terug naar één tak”, vertelt Erik over de beslissing die in de lucht hing. “Dan hoef je niet de hele dag wat in de stal te zitten. Dat paste meer bij ons.”

Op zoek naar een andere bedrijfslocatie
Het gezin ging mee met deze ingrijpende verandering, maar de boerderij bleef achter. De te klein geworden 2×4-melkstal kon moeilijk méér koeien onderbrengen en stond noodzakelijke groei in de weg. Vlak langs snelweg A2 richting het verre zuiden eindigde de zoektocht op een niet-actief melkveebedrijf. “Het stond eigenlijk leeg, maar een geschikte stal – toen nog een vrij jonge uit 1993 – was er wel”, weet Erik. Zo werd een nieuwe plek gevonden met ruimte en mogelijkheden. Dichtbij bovendien, voor een vlotte bedrijfsverhuizing!
Een stabiel boerenbedrijf als uitgangspunt
Ondertussen melkt de jonge veehouder ruim tien jaar in de maatschap. Om 6 uur in de ochtend en kwart over 5 ‘s middags hangt hij met z’n ouders de koeien onder, soms ook bijgestaan door zijn vrouw Annekatrien. “De aantallen zijn groot genoeg. Die wil ik zien te behouden, maar meer dieren hoeft van mij niet”, is hoe Erik de toekomst inkleurt. Er zijn andere plannen. “Misschien eens met melkrobots beginnen, al moet ook buiten op het erf nog van alles gebeuren en met de stal, zoals een nieuw dak erop.”

Prijzige maar gemakkelijke mestafzet
In plaats van uitbreiden ligt de focus op vernieuwing en automatisering. Als PAS-melder klinkt dit voor het Limburgse melkveebedrijf bovendien realistischer. “Toch denk je extra goed na voor je een investering doet”, zo merkt Erik op. Onzekerheid maakt voorzichtig. Toenemende bedrijfskosten ook. “Dit jaar hebben we ongeveer 2.200 kuub mest moeten afvoeren. Het is makkelijk gegaan, want het akkerbouwbedrijf waar ik dan werk kon veel naartoe worden gebracht. Maar het kost allemaal wel meer.”
Mest scheiden voor koecomfort & diergezondheid
Toch is de uitgave voor een mestscheider door Erik snel gerechtvaardigd. In de eerste plaats niet vanwege de kostenbesparing op strooiselaankopen. “Dat de koeien minder dikke knieën zouden krijgen, zodat het beenwerk erop vooruitgaat”, is zijn belangrijkste reden geweest. Tot twee jaar geleden lag het melkvee op een harde ondergrond met wat zaagsel en kalk. “Gescheiden mest leek mij het beste voor het koecomfort en sprak het meeste aan, omdat ik een aantal boeren heb gezien die dat ook hebben.”

Twijfel maakt plaats voor vertrouwen
Zelf ervaring opdoen, daar komt het uiteindelijk wel op neer. Daarvoor is een gebruikte mestscheider van Keydollar gekozen. “Financieel kwam het ons beter uit met de andere investeringen die we zouden doen en we wilden toch eerst kijken of het zou bevallen”, legt Erik uit. “Zeker mijn vader was terughoudend over het idee van mest in de boxen. Die dacht dat het niet droog genoeg zou worden en moest er daarom in het begin niet zoveel van hebben.” Een eerlijke vergelijking op eigen erf bracht hem snel op andere gedachten.

Zichtbare verbetering in het leefklimaat
De oude en nieuwe situatie komen beide in de melkstal voor: aan de ene kant betonnen ondergrond; aan de overkant diepstrooiselboxen. “Je ziet gewoon veel meer koeien die in gescheiden mest liggen, maar ook dat ze schoner zijn en een schoner uier hebben”, luidt Eriks conclusie. En dat zegt weer genoeg over het drogestofgehalte van het product.

Eenvoudig werken met gescheiden mest
Twee keer per week strooit de melkveehouder zijn diepstrooiselboxen in met een verse voorraad gescheiden mest. Na zeven uren draaien ligt er genoeg strooisel klaar onder de mestscheider. Met een instrooibak voor de shovel is deze bult in een mum van tijd weer verdwenen. “Zoveel werk heb ik er niet van. Misschien is het een kwartier per week meer in vergelijking met zaagsel-kalk, maar dat is zeker niet hinderlijk”, ervaart Erik. “En je hebt dan geen kosten, alleen af en toe het onderhoud.”
Bovendien kan de melkveehouder op goeie hulp rekenen bij het verversen van de boxen. Zodra een nieuwe berg aan strooisel klaarligt, duikt zoontje Sebastiaan van anderhalf er met z’n schepje in! Is dit al een positief teken voor later? Ach, dat duurt nog zo lang! Eerst maar eens de laatste snee bij huis zien te krijgen. En dan: volgend voorjaar zelf met de schep in de grond voor de bouw van een nieuw woonhuis!

