Het verhaal van Mts. Eshuis: vol lof over gescheiden mest
Op de grens van stad en platteland staat het melkveebedrijf van de familie Eshuis. De scheidingsweg tussen de woonwijk en de landerijen is zo smal dat automobilisten in de achteruit mogen als één van het gezin op de trekker springt. Het weer nodigt in elk geval uit om naar het land toe te gaan. Maar: voorlopig zijn het alleen de honderd melkkoeien die er grazen. Ze staan op het perceel rond de boerderij te weiden in de zon.
Ontdek het verhaal van Mts. Eshuis hieronder!

In 2024 zijn Hans (57) en zijn zoon Nick (21) in maatschap gegaan op deze locatie aan de rand van Hardenberg. “Daarmee is het allemaal wat makkelijker en flexibeler geworden”, ervaart Hans. Ruim vijfentwintig jaar heeft hij het alleen moeten doen. Nick, die in zijn tienerjaren meer met de koeien begon te krijgen, hoefde nooit verder te kijken dan de beide bedrijven waar hij nog een paar dagen in de week werkt. “Ik wist toen al dat ik het thuis zou willen overnemen.”

Een melkveebedrijf in balans
De opvolger wacht op termijn, zoals het nu lijkt, een stabiel en financieel gezond bedrijf. Hans heeft altijd het evenwicht in vee, grond en financiën willen bewaren om zo niet te afhankelijk te zijn van derden. Het resultaat: alle dierlijke mest mag op het eigen bedrijf worden uitgereden, zelfs nu derogatie is verdwenen. “Hier heeft nog nooit een mestauto op de dam gestaan. Dat wil ik graag zo houden”, stelt hij. Met zeventig hectare in gebruik, waarvan 55 hectare in eigendom, heeft de familie een sterke grondpositie opgebouwd.

Instappen op de juiste momenten
Toen Hans’ ouders in 1979 deze agrarische locatie kochten, molken ze zo’n 30 koeien bij 18 hectare land. Stap voor stap is het bedrijf met de jaren flink gegroeid, zegt Hans. “En telkens kwam dit op het goede moment. Vorig jaar konden we nog een mooie klapper maken: acht hectare op afstand verkopen en aan de huiskavel vijftien hectare weer terugkopen”, vertelt hij. “Het is zelfs betere grond, minder droog en daardoor was de maïs afgelopen jaar super.”

De eerste mestgift
Het bemesten en oogsten van de bunders, die nu allemaal dichter bij huis liggen, besteden Hans en Nick uit. “De overige werkzaamheden op het land doen we zelf”, zo maakt Nick duidelijk. Omdat ze de koeien graag buiten hebben, zijn de percelen voor weidegang elk jaar vroeg aan de beurt. Daarna krijgen ook de maaipercelen hun eerste gift. “Het laatste en natste stuk is vorige week pas voor het eerst bemest”, vertelt Hans. Ook vloeibare kunstmest zit daarbij, hoewel ze op termijn misschien wel zonder kunnen.

Uitrijden met dunne fractie
“Het gras begint behoorlijk pittig te kleuren”, zo valt Hans op. Sinds het najaar van 2025 staat er een mestscheider op het erf om drijfmest op te splitsen in een vast en vloeibaar deel. De dunne fractie wordt het meest gebruikt bij het uitrijden. “Mogelijk zit daar meer stikstof in. Met het weiden van de koeien zie ik al dat het ureum naar 25 schiet, waar we altijd op 14 à 15 zaten”, vervolgt hij. Nick vult aan: “De opname door de bodem is sneller en de loonwerker heeft de tank eerder vol.”

Geduld is een schone zaak
Maaien, schudden en harken doen ze het liefst zelf. Een goede kwaliteit van het ruwvoer betekent veel voor beide melkveehouders. Als de omstandigheden meezitten, willen de beide Overijsselaars vaak nog even wachten. “Minstens twee à drie dagen, om de zon er flink in te laten branden. Juist van die extra zonnestralen fleurt het gras op en springen de gehaltes omhoog”, meent Hans. “Daardoor maaien we de eerste snee niet te vroeg. Het schiet niet zo snel in de aar, dus kun je het wat langer laten staan”, vervolgt Nick.

Luisteren naar de koeien
Waar de dunne fractie bevorderlijk werkt voor de groei van het gras, stimuleert de dikke fractie het ligpatroon van de koeien. “Dit hebben ze zelf aangegeven”, vertelt de jongste van het stel. Het melkvee trok duidelijk naar de kant van de stal met diepstrooiselboxen – toen gevuld met zaagsel – hoewel op de meeste plekken een waterbed lag. “Maar alles ombouwen en doorgaan met zaagsel strooien is financieel totaal niet aantrekkelijk”, zegt Nick. Per maand waren ze al ruim duizend euro kwijt aan strooisel.

Gokken op andermans ervaring
Op de veehouderij van één van zijn werkgevers komt Nick een veel voordeliger alternatief in de ligboxen tegen: gescheiden mest. “Daar bevalt het super en hebben ze vijftien jaar ervaring.” Sterker nog: hij mag er zelf iedere week instrooien. Een tegemoetkoming in de kosten geeft uiteindelijk de doorslag om ook thuis een mestscheider te laten installeren. Nick weet het zeker, Hans twijfelt nog. “Wat dit met het celgetal zou gaan doen, vond ik best spannend”, zo geeft hij aan.

Meer grip voor boer én koe
Het duurde even om de ligboxen goed vol te krijgen. Toch zakte het celgetal direct terug van 200 naar 100. “De weerstand verbeterde snel en ik zag de koeien gewoon opfleuren, zo fijn vinden ze het”, merkt Hans. Ten aanzien van de waterbedden ziet hij ook veel meer grip bij het liggen en opstaan. “Het werd glad van de melk, alsof elke beweging de uiers stimuleerde. Daardoor gingen de koeien glijden.” De veehouder denkt afgelopen winter zelfs twee koeien te hebben gespaard met de volledige overstap op diepstrooiselboxen.

Lof voor gescheiden mest als strooisel
De voorzichtige houding van het begin maakt binnen een halfjaar al plaats voor groeiend enthousiasme. “Dit comfort is niet te overtreffen: de koeien hebben geen stress, liggen snel en staan vlot op. Er is minder uierontsteking geweest dan voorheen en de productie is met een paar liter melk per koe gestegen”, ziet Hans. Daarvoor hoeft de mestscheider slechts één keer per week een aantal uren te draaien. “Je zet hem ’s avonds met één druk op de knop aan en in de ochtend ligt de bunker vol en kun je instrooien.”

Rondje langs de ligboxen
Na het wekelijkse instrooimoment besteden de melkveehouders elke dag aandacht aan de ligboxen. “Als wij de koeien achter het hek doen voor het melken, dan harken we de boel even door. Het is net tuinieren”, vertelt Hans al lachend. Nick weet dat het goed is om onderhoud erin te houden. “Het management van de veehouder is belangrijker dan je denkt. Als je warme bulten in de box hebt en die los krabt, kan het ook averechts gaan werken. Daarom probeer ik het allemaal mooi vlak en los te houden.”

Rechts achter de stal loopt mest de put in. Het komt duidelijk uit de scheider; het is een dunne en schone stroom. “De loonwerker is hier echt blij mee, want het scheelt hem enorm qua tijd”, merkt Hans. De dikke fractie hoopt zich ondertussen op in de bunker. En het droge product wordt niet alleen in de boxen gestrooid. “Onze vaste mest waarderen we er ook mee op. Ik vind stromest te arm, dus draai ik liever extra. Zo gebruiken we gescheiden mest voor een dubbel doel”, luidt zijn conclusie.

