Het verhaal van Vee en Veldlust: oplossing voor hoge strooiselkosten
Vier eeuwen geleden stond hier alles nog onder water. Aan het begin van de 21ste eeuw vindt de familie Van Langen juist op deze plek, in de droogmakerij van het voormalige Schermeer, nieuwe grond onder hun voeten. Vanuit de woonkamer kijken ze uit op de dijk die vroeger aan beide kanten het water zag. Daarachter ligt de herinnering aan hun vorige melkveelocatie. In 1999 moest de boerderij het veld ruimen voor uitbreiding van de bewoonde wereld, Heerhugowaard.
Lees het verhaal van Vee en Veldlust verder onder de afbeelding!

Het moment laat niet lang op zich wachten dat Marco, samen met zijn vrouw, de kans krijgt om hoeve ‘Vee en Veldlust’ te kopen. De wens op een doorstart van het familiebedrijf wordt werkelijkheid. Met 60 koeien aan de melk beginnen ze in het voorjaar van 2001 op een locatie waar de naam ‘Vergane Glorie’ bijna beter paste. “De schuurtjes vielen al uit elkaar en op de stolp lagen de koeien vast met de kop naar de muur toe”, zo herinnert Marco zich.

Lappen en opknappen
Meteen hebben de nieuwe bedrijfseigenaren werk gemaakt van hun plan voor de bouw van een 2×8-melkstal voor 125 koeien. “Toen was het geld echt schoon en schoon op”, vertelt de Hollandse koeienboer. Toch maakte deze investering het mogelijk om meer koeien te houden en als bedrijf verder te groeien. Op het land achter de boerderij grazen er nu bijna tweehonderd rond. “De vaarzen weiden en melken we apart om geen rangorde binnen het koppel te krijgen. Dat bevalt best!”

Comfortabele ligplekken
Op de verdwenen locatie aan de rand van de stad lag het vee nog op matten in de stal. Voor de ligboxen op hun nieuwe adres stapten ze af van dit idee. “Als je een koe hebt die moeite heeft om overeind te komen, dan lukt dat op een mat niet zo goed”, zo zag Marco. Mede om het aantal uitglijders te verminderen en het ligcomfort voor de koeien te verhogen valt de keus uiteindelijk op diepstrooiselboxen. “Kijk je bij de fokkers in ons land, dan kom je dit overal tegen.”

De opmaat naar zelfgemaakt strooisel
Zand is de eerste keus die gemaakt wordt om de diepe ligboxen mee te vullen. Na vijftien jaar verandert de man-vrouwmaatschap van gedachten. “Het bezonk overal en kwam zelfs in de melktank terecht. Met het oog op nieuwbouw met een milieuvriendelijke vloer zagen we dit niet meer zitten.” Er wordt vanaf dat moment met speciale korrels gestrooid. “Dat is 80 kuub maal zes vrachten, zoveel opslagruimte mis je dan ook”, realiseert de melkveehouder zich. “En het heeft ons vorig jaar €26.000 euro gekost om aan te laten voeren.” Daar hebben ze nu iets op gevonden.

Het antwoord op torenhoge strooiselkosten
De komst van een mestscheider haalt de jaarlijkse kostprijs voor strooisel vanaf eind 2025 in één klap flink naar beneden. Naast één van de putten achter de stal staat een hele set om drijfmest te bewerken in een dikke en dunne stroom. Trots en misschien ook wat verbaasd van zijn eigen kunnen vertelt Marco dat de bunker door hemzelf is geplaatst. Het bouwwerk vormt één geheel met de nieuwe betonplaten, die eromheen liggen. “Met twee à drie jaar hebben we dit alles terugverdiend”, zo schat hij in.

Goed voorbeeld doet goed volgen
In afwachting van subsidie stond de melkveehouder verder niets in de weg om ingedikte mest in de boxen te strooien. “Hier in de buurt zie je meer collega’s die het gebruiken en dan kijk je hoe het daar gaat.” Er moet wel wat meer voor gebeuren, ervaart Marco. Zelf strooit hij twee keer per week in dunne lagen en voegt ook weleens kalk toe, beide voor het behoud van droge ligbedden. “Maar het is een heel mooi en licht product. Als je het in de handen pakt, blijven ze schoon. En dat geldt ook voor de koeien!”

Zo licht als een veer
Bij de familie Van Langen draait de mestscheider op vaste dagen van de week. Na een paar uren ligt er al genoeg vers strooisel klaar om alle ligboxen mee te vullen. “Er komt geen druppel water meer uit en droogt meteen verder op”, ziet de veehouder. Met een reden is om de kop van de machine een kistje geplaatst: het gescheiden product weegt bijna niets en waait makkelijk weg. “Als de scheider draait en er staat wat wind, dan kun je er beter niet met je hoofd boven hangen”, waarschuwt hij uit ervaring.

Een dubbel afvoersysteem
De vloeibare massa stroomt via de afvoerpomp naar een andere locatie. Vóór het mest scheiden bepaalt Marco de bestemming: de silo of de nieuwe put waar kortgeleden ook een machineopslag boven is gebouwd. Daarvoor hoeft hij alleen maar een slang van de ene in de andere pijp te stoppen. “Alles wordt één keer gescheiden en komt niet meer in dezelfde put terug.” Dat is ook voor het mest rijden ideaal. “Je krijgt geen sporen: het is zo dun. Als er dan ook nog wat regen valt, zie je er helemaal niks meer van.”

De passie voor de boerderij draagt Marco elke dag met zich mee. Op zijn trui is het bedrijfslogo te zien: de rode koe staat voor de kleur van de groep. “Ze staat met de kop naar voren, naar de toekomst.” Als het aan hem ligt, betekent dit een nieuwe stal erbij om de veestapel uit te breiden. De gemeente staat hier minder welwillend tegenover. Dus schuift het plan op en richt de boer zich eerst op een ander project. “De kuilplaten moeten van voren naar achteren en dan kunnen er sleufsilo’s bij.”


